Codes voor de aangifte loonheffingen van 2021 bekend

De Belastingdienst heeft de codes voor de aangifte loonheffingen van 2021 bekendgemaakt. Werkgevers hebben deze codes nodig voor hun loonaangifte om bijzonderheden van een werknemer aan te geven.

12 januari 2021 | Door redactie

Werkgevers kunnen bij de aangifte loonheffingen met behulp van codes de situatie van een werknemer aangegeven. Zo zijn er codes voor het geslacht van de werknemer, de arbeidsverhouding en de loonbelastingtabel die van toepassing is. Elk jaar zijn er wijzigingen in deze codes. Daarom publiceert de Belastingdienst ieder jaar een nieuwe lijst. De codes voor 2021 zijn onlangs bekendgemaakt.

Gebruik de drie contractindicaties alleen nog bij een arbeidsovereenkomst

Sinds 2020 zijn er in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) drie zogenoemde contractindicaties: de indicatie arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, de indicatie schriftelijke arbeidsovereenkomst en de indicatie oproepovereenkomst.
Vanaf 2021 moeten werkgevers deze drie contractindicaties alleen nog maar aanleveren (met ‘ja’ of ‘nee’) als sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat is het geval bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • code 1: arbeidsovereenkomst (exclusief BBL). Sinds 2020 geldt deze code ook voor overheidswerknemers (code soort inkomstenverhouding 11) met een arbeidsovereenkomst;
  • code 10: wet sociale werkvoorziening (WSW);
  • code 11: uitzendkracht;
  • code 82: payrolling;
  • code 83: beroepspraktijkopleiding van de BBL.

De contractindicaties moeten vanaf 2021 niet meer aan worden geleverd (ook niet met ‘nee’) bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • code 4: deelvisser;
  • code 6: musicus / artiest;
  • code 7: stagiair;
  • code 18: publiekrechtelijke aanstelling;
  • code 79: opting-in regeling;
  • code 81: overige fictieve dienstbetrekkingen.

Aanvullingen op codes over pensioen

Verder is er nu de nieuwe code 53 voor een uitkering in het kader van vervroegde uittreding. Ook zijn de codes 56, 57 en 58 aangepast, zodat de werkgever deze ook kan gebruiken voor het ouderdomspensioen, het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen die zijn opgebouwd via een verplichte beroepspensioenregeling of bedrijfstakpensioenregeling.