Informeer bij uitdiensttreding over pensioen

Als een werknemer bij u uit dienst treedt, verliest hij vaak meer dan alleen zijn salaris. Zo meldt u de werknemer ook af voor diverse regelingen, zoals de pensioenregeling. Informeer uw werknemer hierbij over de gevolgen voor zijn pensioenopbouw.

7 augustus 2014 | Door redactie

Zodra een werknemer niet meer in dienst is, is hij niet langer deelnemer van de pensioenregeling van uw organisatie. De werknemer heeft volgens de wet wel de mogelijkheid om vrijwillig maximaal tien jaar door te gaan met pensioen opbouwen, maar sommige pensioenreglementen sluiten deze optie uit. De pensioenuitvoerder zal niet altijd willen meewerken aan zo’n vrijwillige voortzetting.

Recht op pensioenaanspraken en premievrij kapitaal

In de praktijk betekent het einde van het dienstverband dat de werknemer recht heeft op de pensioenaanspraken die hij tot de ontslagdatum heeft opgebouwd. Als uw organisatie een beschikbarepremieregeling heeft, heeft de werknemer bij ontslag recht op een premievrij kapitaal. Daarmee kan hij bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zelf een ouderdoms- en partnerpensioen aankopen.

Gevolgen voor partnerpensioen afhankelijk van type regeling

Wat er na ontslag met een eventueel partnerpensioen gebeurt, hangt af van het type regeling.

  • Bij een partnerpensioen op opbouwbasis wordt er geld gespaard, zodat het pensioen daadwerkelijk wordt opgebouwd. Ook als het dienstverband eindigt, blijft het opgebouwde partnerpensioen van kracht.
  • Bij een partnerpensioen op risicobasis vervalt het recht op partnerpensioen bij beëindiging van de dienstbetrekking van de werknemer. Er is tijdens de looptijd van de verzekering geen gebruik van gemaakt, en er blijft dan geen waarde gereserveerd. Als de werknemer na zijn ontslag een WW-uitkering krijgt, blijft er nog wel wat partnerpensioen verzekerd voor de duur van de WW-uitkering.