Pensioenaftopping voor deeltijders blijft

Staatssecretaris Wiebes van Financiën laat het pensioen van deeltijders ook in 2017 begrenzen door een pensioenaftoppingsgrens. Deze grens moet ervoor zorgen dat het maximale pensioengevend loon voor deeltijders en voltijdwerkers naar verhouding gelijk is. Daarnaast blijft er een deeltijdfactor van toepassing.

8 maart 2017 | Door redactie

In artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting is bepaald dat werknemers met een voltijd dienstverband jaarlijks maximaal € 103.317 aan pensioengevend loon mogen opbouwen (2016: € 101.519).  Er geldt een aftoppingsgrens voor deeltijders. Deze pensioenaftopping voor deeltijders is specifiek bedoeld voor de parttimers die in een voltijd dienstverband een salaris van meer dan € 103.317 zouden verdienen. Pensioen (tools) opbouwen over het salaris dat de grens van € 103.317 te boven gaat kan via een netto pensioenregeling. Bij deeltijddienstverbanden wordt het hiervoor genoemde maximum overeenkomstig het parttimepercentage verlaagd. Deze zogenoemde deeltijdfactor voor pensioengevend loon blijft dus ook bestaan. De deeltijdfactor houdt in dat het pensioengevend loon van deeltijders wordt beperkt door het van toepassing zijnde parttimepercentage. 

Rekenvoorbeeld aftoppingsgrens en deeltijdfactor

Hoe de deeltijdfactor en de pensioenaftopping zich tot elkaar verhouden heeft staatssecretaris Wiebes onlangs in een kamerbrief (pdf) uiteengezet. Er wordt hierbij uitgegaan van een pensioenaftopping op € 100.000. Bij een voltijdwerknemer die (voor aftopping) € 120.000 aan pensioengevend loon had, wordt (na aftopping) € 100.000 als pensioengevend loon aangemerkt (5/6 deel van € 120.000). De deeltijdfactor zorgt ervoor dat er voor parttimers een soortgelijke berekening kan worden gemaakt. Concreet betekent dit dat een parttime werknemer in dezelfde functie met een deeltijdfactor van 50% (voor aftopping) € 60.000 aan pensioengevend loon heeft. Na aftopping is dit € 50.000  (5/6 deel van € 60.000).