Heeft een tijdelijke kracht ook recht op een transitievergoeding?

Publicatiedatum 26 juli 2019

Heeft een tijdelijke kracht ook recht op een transitievergoeding na ontslag?

Onder de huidige wet kan dat bij een dienstverband van twee jaar of langer. In de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) zijn maatregelen aangekondigd die de regels voor de transitievergoeding per 2020 wijzigen:

  • Werknemers krijgen vanaf indiensttreding recht op de transitievergoeding. Zelfs bij ontslag in de proeftijd is uw organisatie straks een vergoeding verschuldigd bij kort dienstverband.
  • Voor werknemers die langer dan tien jaar in dienst zijn, geldt geen aparte berekening voor de transitievergoeding. Voor elk dienstjaar krijgt een werknemer een derde maandsalaris.
  • De werkgever berekent de transitievergoeding over het gehele dienstverband, in plaats van dat hij de periode waarover hij de vergoeding berekent afrondt op halve dienstjaren.

Kosten

Als uw organisatie veel tijdelijke arbeidskrachten heeft, kan ze door het voorstel meer geld kwijt zijn. De WAB zorgt er namelijk voor dat een werkgever een transitievergoeding moet betalen aan élke (niet AOW-gerechtigde) werknemer die niet zelf vertrekt. Stel dat een halfjaarcontract op of na 1 januari 2020 verloopt en de betreffende medewerker krijgt geen verlenging, dan moet uw organisatie betalen. Als de kracht € 3.000 bruto per maand verdient, komt dat neer op een transitievergoeding van (1/6 x € 3.000 =) € 500 per half dienstjaar. Dit bedrag is niet zo hoog, maar bij veel flexibele krachten kunnen de kosten behoorlijk oplopen.

Vergoeding

Bij ontslag van medewerkers die langer dan tien jaar in dienst zijn, bespaart uw organisatie straks juist centen. Voor de medewerker die € 3.000 per maand verdient en na vijftien jaar wordt ontslagen, betaalt uw organisatie onder de WAB (1/6 x € 3.000 x 30 =) € 15.000 transitievergoeding. Onder de huidige regels zou de transitievergoeding ((1/6 x € 3.000 x 20) + (1/4 x € 3.000 x 10) =) € 17.500 bedragen; een verschil van € 2.500.