Een jaar WWZ: wat zijn de effecten?

Gisteren publiceerden de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) en de Vereniging voor Arbeidsrecht (VvA) een evaluatieonderzoek over de Wet werk en zekerheid (WWZ). Ook publiceerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een voortgangsbrief over de WWZ. Wat zijn de belangrijkste conclusies?

1 juli 2016 | Door redactie

Rechters wijzen onder de WWZ meer ontbindingsverzoeken af dan voorheen. Met name ontslag wegens disfunctioneren blijkt lastig te zijn. Volgens het onderzoek van de VAAN en de VvA wordt circa 80% van deze ontbindingsverzoeken afgewezen. Als de rechter een ontbindingsverzoek wél toewijst, krijgt de werknemer gemiddeld genomen een fors lagere vergoeding (tool) mee dan vóór de WWZ.

Meer afwijzingen door beperkt aantal ontslaggronden

Volgens het onderzoek van de VAAN en de VvA is het beperkte aantal ontslaggronden in de WWZ een belangrijke oorzaak dat rechters meer ontbindingsverzoeken afwijzen. Ontbinding is namelijk niet meer mogelijk als twee ontslaggronden afzonderlijk onvoldoende reden zijn voor ontslag , maar samen wel het ontslag rechtvaardigen. Daarnaast ontbreekt nu in de WWZ een algemene ontslaggrond voor situaties die niet onder één van de ontslaggronden vallen. Opvallend is dat minister Asscher in zijn voortgangsbrief aangeeft dat het overgrote deel van de rechters wél uit de voeten kan met de ontslaggronden in de WWZ.

Belangrijkste doelstellingen WWZ niet behaald

Volgens de VAAN en de VvA zijn een groot deel van de doelstellingen van de WWZ niet behaald. Zo geven zij aan dat de doorstroom van een flexibel contract naar een vast contract niet is gerealiseerd en het ontslagrecht niet gemakkelijker is geworden. Minister Asscher vindt het echter te vroeg om dit soort conclusies te trekken en wil de wet eerst zijn werking laten doen.