Zwangerschapsdiscriminatie blijft hardnekkig probleem

Zwangere vrouwen en jonge moeders hebben het nog steeds moeilijk op de arbeidsmarkt. Het College voor de Rechten van de Mens signaleert dat zwangerschapsdiscriminatie in Nederland nog niet is verdwenen en ook de afgelopen jaren niet is afgenomen.

24 november 2020 | Door redactie

Nog steeds een aanzienlijk deel van de werkgevers lijkt huiverig tegenover zwangere vrouwen en jonge moeders te staan (tool). Het College voor de Rechten van de Mens signaleert niet alleen dat er nog steeds zwangerschapsdiscriminatie in Nederland bestaat – 43% van de werkende vrouwen zegt ermee te maken gehad te hebben – maar ook dat dit een hardnekkig probleem is. De afgelopen acht jaar lijkt hier geen verbetering gerealiseerd te zijn, blijkens het percentage dat nog steeds min of meer hetzelfde is als in 2012. In dat jaar én in 2016 deed het College hetzelfde onderzoek, hoewel het bij de cijfers aantekent dat zwangerschapsdiscriminatie soms moeilijk herkenbaar of aantoonbaar is. De gevallen die met 49% het vaakst gerapporteerd worden, zijn zwangere of zojuist bevallen vrouwen die geen contractverlenging krijgen.

Minder gunstige arbeidsvoorwaarden 

Nog eens 34% denkt dat het tekenen van een nieuw contract is afgeketst op de zwangerschap. Zwangere vrouwen met een tijdelijk contract melden daarnaast dat ze wél contractverlenging kregen, maar dat het nieuwe contract pas inging na afloop van het bevallingsverlof. Dat is niet toegestaan. Verder krijgen zwangere of bevallen vrouwen volgens het College vermoedelijk te maken met minder gunstige arbeidsvoorwaarden. Dan gaat het bijvoorbeeld om problemen met het opnemen van ouderschapsverlof of het mislopen van bonussen, promotie of salarisverhoging. Het meest in het oog springend zijn natuurlijk de werkgevers die vrouwen bij een sollicitatie afwijzen vanwege zwangerschap of zelfs alleen al vanwege een kinderwens. Bij 10% van de 1.150 ondervraagde vrouwen had de werkgever in kwestie dit ook ronduit vermeld als reden voor afwijzing