Geen hogere AOW-leeftijd in 2025 door levensverwachting

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd vanaf 2025 aan de ontwikkeling van de gemiddelde levensverwachting wordt gekoppeld. Op basis van een CBS-prognose is nu vastgesteld dat de AOW-leeftijd in 2025 niet verder stijgt.

5 november 2019 | Door redactie

In de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd is geregeld dat de leeftijd waarop werknemers recht krijgen op de AOW-uitkering de komende jaren langzamer stijgt dan eerder was afgesproken. Daardoor is de AOW-leeftijd niet vanaf 2021 maar vanaf 2024 67 jaar, en wordt de AOW-leeftijd vanaf 2025 aan de gemiddelde levensverwachting gekoppeld, in plaats van vanaf 2022.
Het CBS maakt 5 jaar vóór een betreffend jaar een prognose van de levensverwachting. Aan de hand daarvan wordt de AOW-leeftijd voor dat jaar vastgesteld. Minister Koolmees van SZW laat nu in een Kamerbrief weten dat op basis van de CBS-prognose de AOW-leeftijd niet omhooggaat in 2025. De levensverwachting stijgt wel, maar niet genoeg voor een hogere AOW-leeftijd in 2025.

Aangepaste koppeling van AOW-leeftijd aan levensverwachting

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd vanaf 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Stijgt de gemiddelde levensverwachting met een jaar, dan gaat de AOW-leeftijd met 8 maanden omhoog. Deze wijziging moet minister Koolmees echter nog in een apart wetsvoorstel uitwerken. Omdat het plan nog niet door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd, heeft de minister de AOW-leeftijd voor 2025 nu vastgesteld op basis van de huidige wetgeving: 67 jaar en 3 maanden. Als de afspraak uit het pensioenakkoord wet is geworden, is de AOW-leeftijd in 2025 67 jaar.

Jaar

AOW-leeftijd vóór pensioenakkoord

Jaar

AOW-leeftijd ná pensioenakkoord

2019

66 jaar + 4

2019

66 jaar + 4

2020

66 jaar + 8

2020

66 + 4

2021

67

2021

66 + 4

2022

67 + 3

2022

66 + 7

2023

67 + 3

2023

66 + 10

2024

67 + 3

2024

67

2025

67 + 3

2025

67

Pensioenrichtleeftijd wijzigt voorlopig ook niet

Ook de pensioenrichtleeftijd – de leeftijd die pensioenfondsen gebruiken voor de berekening van de maximaal toegestane pensioenopbouw – is aan de ontwikkeling van de gemiddelde levensduur gekoppeld. De minister geeft aan dat de pensioenrichtleeftijd in 2021 onveranderd 68 jaar blijft.

Bijlagen bij dit bericht