OR houdt invoering beloningssysteem tegen

Stemt een ondernemingsraad (OR) niet in met een plan van de werkgever om een nieuw beloningssysteem in te voeren, dan kan de werkgever de kantonrechter om vervangende toestemming vragen. Uit een recente rechtszaak blijkt dat de werkgever daarvoor goede argumenten nodig heeft.

11 december 2015 | Door redactie

Bij een recente rechtszaak kreeg een OR een instemmingsverzoek (tool) voor wijziging van de salarissen van alle salesmedewerkers. Het verzoek kwam vanuit de Amerikaanse moederorganisatie die deze salarissen jaarlijks vaststelde. De OR besluit niet in te stemmen met het verzoek, omdat de inkomsten van de salesmedewerkers erop achteruit zouden gaan. Daarnaast waren de argumenten van de werkgever slecht onderbouwd en niet zwaarwegend.
De werkgever besloot  naar de kantonrechter te stappen om alsnog toestemming te krijgen voor het beloningsplan. Volgens hem had de OR een jaar eerder geen bezwaren geuit toen er een vergelijkbaar plan op tafel lag.

Instemmingsrecht was van toepassing

Omdat het geschil niet ging om de vraag of er wel of geen sprake was van een wijziging van het beloningssysteem, stelde de kantonrechter vast dat het instemmingsrecht van toepassing was en dat hij eventueel vervangende toestemming kon geven aan de werkgever. Volgens de OR waren de percentages die bepalen of een werknemer een toeslag zou ontvangen zodanig aangepast dat het moeilijker zou worden om daarvoor in aanmerking te komen. In dit geval ging het om een beperkte groep werknemers (zes in de Nederlandse organisatie), maar volgens de kantonrechter moet de OR voor de belangen van alle werknemers opkomen.

Geen bedrijfseconomische noodzaak

Volgens de werkgever is het nieuwe beloningssysteem nodig om de salesprestaties te optimaliseren en de doelstellingen van de organisatie te behalen. De werkgever verwees naar een onderzoek om het bonusplan vergelijkbaar te maken met andere organisaties, maar de OR had dit onderzoek niet ter inzage gekregen. De OR toonde verder aan dat er geen sprake is van een teruglopende omzet bij de organisatie, waardoor er geen bedrijfseconomische noodzaak was voor het nieuwe plan. De kantonrechter besloot daarom om geen vervangende instemming te geven voor het nieuwe beloningssysteem.
Rechtbank Amsterdam, 15 oktober 2015, ECLI (verkort): 7787