Afwijking ketenbepaling bij seizoenswerk mag

De tussenperiode van zes maanden die de keten van tijdelijke contracten doorbreekt, kan voor bepaalde functies verkort worden. Vooral voor organisaties waarin er veel seizoenswerk plaatsvindt, is dit interessant.

29 maart 2016 | Door redactie

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs zijn goedkeuring gegeven aan een akkoord tussen de sociale partners in de agrarische sector over een afwijkende toepassing van de ketenbepaling onder de Wet werk en zekerheid. In het akkoord is afgesproken dat de tussenperiode van zes maanden die ervoor zorgt dat de keten van tijdelijke contracten opnieuw begint te lopen, voor sommige functies verkort mag worden naar drie maanden. Hierdoor kunnen deze werknemers langer bij de organisatie blijven werken, zonder dat er recht op een vast contract ontstaat.

Tussenperiode moet meer dan zes maanden zijn

In de Wet werk en zekerheid (traject) is bepaald dat de keten van tijdelijke contracten opnieuw begint te lopen als er tussen twee tijdelijke contracten een periode van meer dan zes maanden heeft gezeten. Vooral voor organisaties die veel met seizoenswerk te maken hebben, is dit nadelig. Zij moeten veel werknemers die maar een gedeelte van het jaar voor hun organisatie werken hierdoor al snel een vast contract geven.

Uitzonderingen op maximale onderbreking mogelijk

Omdat er in principe niet in de cao mag worden afgeweken van de minimale tussenperiode van zes maanden, moest de minister goedkeuring geven aan het principe-akkoord van de sociale partners in de agrarische sector. Nu hij dit heeft gedaan, kunnen de afwijkende afspraken wel worden opgenomen in de af te sluiten cao’s binnen de agrarische sector. De goedkeuring van de minister laat zien dat hij openstaat voor uitzonderingen op de maximale onderbreking binnen de ketenbepaling, mits dit vanwege de aard van de functie noodzakelijk is en hierover goede afspraken worden gemaakt binnen de sector.