Overstappen van PVT naar OR

Werkgevers met 50 of meer werknemers in dienst zijn wettelijk verplicht om een ondernemingsraad (OR) in te stellen. Mogelijk heeft een organisatie echter al een personeelsvertegenwoordiging (PVT). Wat gebeurt er met de PVT als het personeelsbestand door bijvoorbeeld een uitbreiding of een fusie plotseling boven de 50 werknemers uitkomt?

29 oktober 2021 | Door redactie

Werkgevers zijn pas verplicht om een OR in te stellen als zij 50 of meer werknemers in dienst hebben (artikel 2, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)). Tot die tijd kunnen werkgevers – als zij of de werknemers dat willen – een personeelsvertegenwoordiging (PVT) instellen. Heeft een organisatie door bijvoorbeeld een structurele uitbreiding opeens meer dan 50 werknemers in dienst, dan heeft dat dus gevolgen voor de medezeggenschap. De PVT verandert echter niet automatisch in een OR! De bestuurder moet OR-verkiezingen organiseren. Maar eerst mag de PVT de huidige zittingstermijn afmaken. 

Verkiezingen vereist voor overgang van PVT naar OR 

De gevolgen van veranderingen binnen de organisatie hebben voor de medezeggenschap pas gevolgen ná de lopende zittingstermijn. Dat betekent dat de eerstvolgende verkiezingen niet meer worden georganiseerd om tot een PVT te komen, maar tot een ondernemingsraad. De PVT-leden hebben geen garantie op een plek binnen de OR. Zij moeten zich, net als de andere werknemers, kandidaat stellen als ze graag een bijdrage willen leveren aan de medezeggenschap in de organisatie. Wel hebben zij mogelijk een voorsprong op andere werknemers, omdat zij al enige ervaring hebben in het medezeggenschapswerk. Het is echter aan de werknemers om de leden van de OR te kiezen. Kiezen zij geen van de PVT-leden voor de OR, dan doen de nieuw gekozen OR-leden er verstandig aan om de voormalig PVT-leden te vragen naar hun ervaringen. Waarschijnlijk hebben zij de nodige tips om het OR-werk slim in te richten en om tot een goede samenwerking met de bestuurder te komen.    

Daling aantal werknemers kan einde OR betekenen

Natuurlijk kan het ook voorkomen dat het aantal werknemers opeens terugloopt van 50 naar bijvoorbeeld 45. Is dat een structurele wijziging, dan houdt de OR na de zittingstermijn van rechtswege op te bestaan, tenzij de bestuurder de OR vrijwillig in stand houdt (artikel 2, lid 2 WOR en artikel 5a, lid 2 WOR). Voelt de bestuurder daar niets voor, dan kunnen werknemers hem verzoeken om een PVT in te stellen. De bestuurder is verplicht om een PVT in te stellen als de meerderheid van de werknemers daarom vraagt. Heeft de organisatie minder dan 10 werknemers in dienst, dan is hij dat niet verplicht maar mag hij vrijwillig een PVT instellen. 

Verschil tussen PVT en OR 

Hoewel er heel wat overeenkomsten zijn tussen de opzet en rol van de PVT en de OR, hebben beide medezeggenschapsorganen verschillende rechten en bevoegdheden. Zo is het instemmings- en adviesrecht van de PVT beperkt in vergelijking met de OR. Hierdoor heeft de PVT minder invloed dan de OR op de gang van zaken binnen de organisatie. De bestuurder kan echter net zo min om de PVT heen als om de OR. De bevoegdheden en rechten van de PVT zijn namelijk ook wettelijk geregeld in de Wet op de ondernemingsraden (artikel 35c WOR). De bestuurder moet bepaalde voorgenomen besluiten dus net als bij een OR, aan de PVT voorleggen voor instemming of advies voordat hij tot uitvoering kan overgaan.