Hogere onbelaste vergoeding voor buitenlandreis

De maximale onbelaste vergoeding die werkgevers mogen uitbetalen aan werknemers die voor hun werk in het buitenland moeten verblijven, is per 1 oktober aangepast. De maximumbedragen verschillen per land, streek en stad. Sommige vergoedingen zijn flink verhoogd, andere juist verlaagd.

5 oktober 2016 | Door redactie

Voor sommige landen en steden – zoals Albanië en Abu Dhabi – zijn de maximale onbelaste vergoedingen (tool) voor werknemers flink verlaagd. Voor andere – zoals Boston – zijn ze juist veel hoger geworden. In beide gevallen moeten werkgevers goed kijken of ze nog de juiste bedragen aanhouden voor de onbelaste vergoeding voor hun werknemers. Betalen ze meer dan de nieuwe maximale onbelaste vergoeding, dan moeten ze het meerdere als belast loon voor de werknemer behandelen of aanwijzen als eindheffingsloon en onderbrengen in de vrije ruimte.

Verhoging en verlaging in de gaten houden

Ook als de maximale onbelast vergoeding verhoogd is, is het voor werkgevers raadzaam om dat goed in de gaten te houden. Als een werknemer bijvoorbeeld voor zijn reis naar Boston in de Verenigde Staten tot 1 oktober voor logies € 200 per dag vergoed kreeg, was daarvan € 189 onbelast en € 21 belast. Vanaf 1 oktober is de maximale onbelaste vergoeding voor Boston verhoogd naar € 255. De vergoeding van € 200 mag dan dus volledig onbelast blijven.  

Regels gelden niet alleen voor ambtenaren

In het reisbesluit buitenland staat precies hoe hoog de vergoeding is die ambtenaren krijgen als zij in het buitenland verblijven. Hoewel deze bedragen voor ambtenaren bedoeld zijn, mogen andere werkgevers ze ook gebruiken. Voor de vergoeding voor binnenlandse reiskosten geldt hetzelfde. Die staan in de reisregeling binnenland.