Geen compensatie voor slapend dienstverband

Als een werkgever een dienstverband ‘slapend’ houdt, krijgt hij mogelijk straks geen volledige compensatie voor de transitievergoeding. Dit laat minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten.

2 maart 2017 | Door redactie

Sommige werkgevers kiezen er momenteel voor om werknemers na twee jaar ziekte in dienst te houden, zodat ze de transitievergoeding (nog) niet hoeven te betalen. Minister Asscher vindt dit niet getuigen van fatsoenlijk werkgeverschap. Eind 2016 keurde de ministerraad een wetsvoorstel goed dat een compensatie voor de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige ziekte moet regelen. Door die financiële compensatie verliezen werkgevers na de hoge kosten rondom ziekte niet óók nog geld aan de transitievergoeding (tools) (die zij wel gewoon moeten betalen). In een beantwoording van Kamervragen geeft de minister echter aan dat hij de transitievergoeding niet wil compenseren voor de periode ná de loondoorbetalingsplicht.

Slapend dienstverband bezorgt werkgevers extra kosten

Houdt een werkgever een zieke werknemer na de twee jaar durende loondoorbetalingsplicht slapend in dienst – waardoor de periode waarover de transitievergoeding verschuldigd is langer wordt en dus de transitievergoeding hoger – dan vindt de minister het niet redelijk dat de werkgever een compensatie krijgt voor die periode na de eerste twee jaar van ziekte. Omdat het wetsvoorstel regelt dat alle transitievergoedingen die werkgevers hebben betaald voor ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid worden gecompenseerd, is er volgens Asscher geen reden meer om slapende dienstverbanden te laten voortduren. Dat beleid kost werkgevers alleen maar extra geld.

Vaart achter wetsvoorstel compensatie transitievergoeding

Het wetsvoorstel, dat momenteel voor advies bij de Raad van State ligt, is nog niet openbaar gemaakt. Dit gebeurt op het moment dat minister Asscher de wet indient bij de Tweede Kamer. De minister wil dit zo snel mogelijk doen, zodat de werkgevers niet langer in afwachting van het wetsvoorstel dienstverbanden slapend houden.