Medezeggenschap als aantal werknemers onder de 50 daalt

Iedere organisatie die 50 of meer werknemers in dienst heeft, moet een ondernemingsraad (OR) instellen. Maar wat gebeurt er met de OR als dit aantal door een reorganisatie of natuurlijk verloop onder de 50 zakt?

1 maart 2021 | Door redactie

Vanwege de coronacrisis moeten veel organisaties snijden in de kosten en soms ook in het personeelsbestand. Daalt het aantal werknemers onder vijftig, dan houdt de OR op te bestaan. Maar niet direct. De OR heeft namelijk het recht om in zijn huidige samenstelling de periode uit te zitten. Dit staat in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Als er op grond van een cao of arbeidsvoorwaardenreglement (artikel 5a, lid 1 WOR) ook onder de 50 werknemers een instellingsplicht is, kan de OR gewoon doorfunctioneren. Sommige cao’s stellen een OR zelfs al verplicht bij 35 werknemers. Daarnaast is een OR op vrijwillige basis ook nog een optie (artikel 5a, lid 2 WOR). De OR hoeft zich dus niet zomaar aan de kant te laten schuiven als de bestuurder bij een reorganisatie of het vertrek van werknemer nummer vijftig het einde van de raad aankondigt.

Opheffing OR betekent niet het einde van medezeggenschap

Wil de bestuurder geen OR op vrijwillige basis, dan betekent dat niet het einde van de medezeggenschap in de organisatie. Er zijn namelijk andere manieren om in een kleinere organisatie de medezeggenschap te organiseren (artikel). Zo is bij een organisatie met 10 tot 50 werknemers de personeelsvertegenwoordiging (pvt) een goed alternatief (artikel 35c WOR). De bestuurder moet een pvt instellen als de meerderheid van de werknemers hierom vraagt, maar hij kan natuurlijk ook zelf het initiatief nemen. Een pvt brengt namelijk ook voor de organisatie voordelen met zich mee.

Voordelen van de personeelsvertegenwoordiging (pvt)

De pvt kan invloed uitoefenen op het organisatiebeleid en is voor de bestuurder dus een belangrijke overlegpartner. Daarnaast kan de pvt de communicatie tussen de bestuurder en de werknemers verbeteren en zorgen voor draagvlak onder de werknemers. Werknemers voelen zich gehoord en hierdoor beter op hun plek. Tenslotte kan de bestuurder profiteren van het advies van de pvt op economisch of sociaal gebied. Hij heeft dan een vast overlegorgaan als er de organisatie voor lastige keuzes komt te staan. De pvt kan dus zeker bijdragen aan het functioneren en de wendbaarheid van de organisatie, ook als de organisatie in moeilijke omstandigheden verkeert.