Fiscus beantwoordt vragen over loonheffingen en corona

De Belastingdienst heeft antwoorden op veelgestelde vragen over loonheffingen tijdens de coronacrisis online gepubliceerd. Er komen verschillende onderwerpen aan de orde.

8 september 2020 | Door redactie

Vlag EngelsThis news article is also available in English

Door de coronamaatregelen werken werknemers nu vaker thuis. Dit kan gevolgen hebben voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen. De Belastingdienst geeft antwoord op 15 vragen over vaste reiskostenvergoedingen, ov-abonnementen, voorzieningen voor thuiswerken, de arbovrijstelling en het privégebruik auto van de zaak.

Voorziening voor thuiswerken na terugkeer naar kantoor

Een aantal vragen gaan over een vergoeding voor voorzieningen waarmee werknemers tijdens de coronacrisis thuis kunnen werken en die zij zelf kopen. Deze voorzieningen voldoen tijdens het thuiswerken aan het noodzakelijkheidscriterium van de werkkostenregeling. Als werknemers na de coronacrisis weer op hun vaste werkplek gaan werken, is het afhankelijk van de vraag of de voorziening nog steeds voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium of de werkgever de vergoeding dan (deels) bij het belastbaar loon moet tellen. De Belastingdienst geeft een voorbeeld. Stel dat een werknemer een beeldscherm van € 300 koopt zodat hij beter thuis kan werken, en de werkgever deze aankoop vergoedt. De werknemer gaat na de coronacrisis gedeeltelijk weer op kantoor werken, maar de werkgever stemt ermee in dat hij ook gedeeltelijk blijft thuiswerken. Naar het redelijke oordeel van de werkgever blijft het beeldscherm ook na de coronacrisis noodzakelijk en telt de vergoeding hiervoor dan dus nog steeds niet mee voor het belastbare loon van de werknemer.

Leaseauto vrijwillig ingeleverd

Een andere vraag gaat over het vrijwillig inleveren van een auto van de zaak tijdens de coronacrisis. De ingeleverde auto’s staan in de afgesloten garage van de onderneming en de sleutels zijn ingeleverd. Dit heeft gevolgen voor de fiscale bijtelling, zo geeft de Belastingdienst aan. In deze situatie zijn de auto’s niet meer ter beschikking gesteld aan de werknemers. Voor de periode waarin dat het geval is, hoeft de werkgever in zijn aangifte loonheffingen geen bedrag op te tellen bij het belastbare loon van de werknemers voor het privégebruik van de auto’s.