Wat mag de OR wel of niet ‘verklappen’?

17 mei 2024 | Door redactie

De OR weet (als het goed is) hoe de organisatie er financieel voor staat, welke besluiten de bestuurder wil nemen en welke veranderingen er op komst zijn. De kans bestaat daarom dat werknemers voor informatie bij de OR aankloppen, zeker als er om wat voor een reden dan ook onrust of onzekerheid ontstaat over hun baan en de toekomst van de organisatie. De OR-leden kunnen deze informatie echter niet altijd delen met hun achterban.

In onzekere tijden hebben werknemers veel behoefte aan informatie en duidelijkheid. Is er voldoende omzet, heeft de organisatie overheidssteun nodig, dreigt er ontslag of een faillissement? OR-leden zijn vaak als eerste op de hoogte van de financiële ontwikkeling van de organisatie en de besluiten die de bestuurder wil nemen. De OR heeft namelijk recht op informatie, bijvoorbeeld over de financiële positie van de organisatie (artikel 31a WOR). Daarnaast moet de bestuurder de OR informeren over besluiten waarbij de OR adviesrecht of instemmingsrecht heeft, zoals het beëindigen van bedrijfsactiviteiten, het aanvragen van een omvangrijk krediet, het wijzigen van de arbeidsomstandigheden of het verzuimbeleid. De OR mag hierover echter niet altijd communiceren met de achterban.

Bestuurder kan OR verplichten tot geheimhouding van vertrouwelijke informatie

De OR moet behoedzaam omgaan met concurrentiegevoelige informatie of andere informatie waarvan OR-leden behoren te weten dat bekendmaking de organisatie schade kan berokkenen. Daarnaast kan de bestuurder over bepaalde informatie geheimhouding opleggen aan de OR en zijn commissies. Deze geheimhoudingsplichten gelden in principe ook ten aanzien van deskundigen die de OR op grond van artikel 16 WOR wil raadplegen. Het is zaak dat alle betrokkenen zich aan de geheimhoudingsplicht houden. Niet alleen vanwege het bedrijfsbelang dat ermee gemoeid is, ook omdat er sancties staan op eventuele schending. Schending van de geheimhoudingsplicht kan zelfs leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Geheimhoudingsplicht mag OR niet beperken

Geheimhouding is een bijzonder aspect van het OR-lidmaatschap (verdiepingsartikel). Een geheimhoudingsplicht kan de OR in een lastig parket brengen. Krijgt de OR van de bestuurder een adviesaanvraag of instemmingsverzoek, dan moet de OR de achterban kunnen raadplegen (tool) voordat de raad zijn standpunt bepaalt. Dit is lastig als de bestuurder een geheimhoudingsplicht heeft opgelegd. De geheimhoudingsplicht mag het functioneren van de OR echter niet beperken. Het is daarom verstandig als de OR duidelijke afspraken maakt met de bestuurder als hij geheimhouding wil opleggen, bijvoorbeeld door een einddatum te verbinden aan de geheimhoudingsplicht. In de aanbeveling ‘OR en geheimhouding’ van de Sociaal-Economische Raad (SER) staan praktische tips hoe de OR kan omgaan met de geheimhoudingsplicht.

Rechtsgang niet wenselijk in crisistijd

Is de OR het niet eens met de opgelegde geheimhoudingsplicht en komt de raad met de bestuurder niet tot een compromis, dan kan de OR de zaak voorleggen aan de kantonrechter (artikel 20, lid 7 WOR). Dit is echter een laatste redmiddel. Het zet de verhoudingen tussen de OR en de bestuurder namelijk op scherp, en dat is zeker in een crisisperiode niet wenselijk.