Succes i-grond neemt toe: 2 nieuwe toewijzingen

De kantonrechter heeft onlangs twee verzoeken toegewezen om een arbeidsovereenkomst te ontbinden op de i-grond. Aan deze toewijzingen hing wel een prijskaartje: de werkgevers moesten 1,5 keer de transitievergoeding betalen.

18 september 2020 | Door redactie

Met de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is er een nieuwe ontslaggrond toegevoegd aan de bestaande ontslaggronden: de i-grond, ook wel cumulatiegrond genoemd. De cumulatiegrond maakt het voor werkgevers mogelijk om 2 of meer ontslaggronden te combineren zodat deze samen een ‘voldragen’ ontslaggrond vormen. Wel kan de kantonrechter bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de i-grond aan de werknemer een extra vergoeding toekennen van maximaal 50% van de transitievergoeding.
In eerste instantie was de nieuwe ontslaggrond weinig succesvol. Meerdere verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de i-grond werden afgewezen. Deze zomer heeft de kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland voor het eerst een ontbindingsverzoek op de i-grond toegewezen, nu gevolgd door 2 nieuwe toewijzingen. In alle gevallen moest de werkgever aan de werknemer de maximale verhoging van de transitievergoeding met 150% betalen.

Te weinig vertrouwen om arbeidsrelatie voort te zetten

In de 1e zaak verzocht de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege disfunctioneren (d-grond), een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond) of een combinatie van beide gronden (i-grond). De rechter oordeelde dat er geen voldragen d-grond was. Wel was er sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, maar de belangrijkste oorzaak daarvan was een discussie tussen de werkgever en werknemer over het disfunctioneren van de werknemer. De rechter wees ook het verzoek op de g-grond af. Om tot ontbinding op de i-grond over te kunnen gaan, moest er volgens de kantonrechter onder meer één bijna voldragen ontslaggrond zijn. Dat was volgens de kantonrechter wél het geval. De werkgever en werknemer hadden beiden geprobeerd het vertrouwen te herstellen, maar dat mislukte. Daarom was het begrijpelijk dat de werkgever niet langer wilde inzetten op het voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

Handelen van werknemer droeg bij aan de verstoorde arbeidsrelatie

De kantonrechter wees in de 2e zaak het ontbindingsverzoek op de e-grond (verwijtbaar handelen) en g-grond (verstoorde arbeidsrelatie) niet toe, maar wél op de i-grond. De rechter oordeelde dat de verwijtbaarheid van de werknemer en de verstoring van de arbeidsrelatie zodanig waren, dat van de werkgever niet kon worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Zou het alleen om een verstoorde verhouding gaan, dan zou de kantonrechter van zowel de werkgever als de werknemer hebben verlangd te proberen hun relatie te herstellen. Overigens hanteerde de rechter in deze zaak niet expliciet het criterium dat er voor ontslag op de i-grond één bijna voldragen grond moest zijn. Wel moesten de verwijtbaarheid van de werknemer en de verstoorde arbeidsrelatie een ‘zodanige substantie’ hebben dat ontslag gerechtvaardigd was.
Rechtbank Midden-Nederland, 24 juli 2020, ECLI (verkort): 3327
Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2020, ECLI (verkort):
3800

Bijlagen bij dit bericht