Gevangenisstraf voor valselijk opmaken arbeidsovereenkomst

Vervalst een werkgever een arbeidsovereenkomst, dan kan dit onder omstandigheden leiden tot een gevangenisstraf. In een recente zaak oordeelde de rechter dat een werkgever een maand de bak in moest.

6 oktober 2017 | Door redactie

Het vals opmaken of vervalsen van een arbeidsovereenkomst komt neer op valsheid in geschrifte. Iemand die zich hier schuldig aan maakt, kan een gevangenisstraf of fikse geldboete opgelegd krijgen. Hetzelfde geldt voor degene die opzettelijk gebruikmaakt van een vals of vervalst arbeidscontract (tools). Rechtbank Gelderland veroordeelde onlangs een eigenaar van een accountantskantoor tot een maand cel voor valsheid in geschrifte.

Werknemer had arbeidsovereenkomst nooit ontvangen

De eigenaar kwam in 2011 met verlof uit detentie (voor een eerdere veroordeling) en gaf toen drie werknemers een ontslag op staande voet. Daarop volgde een ontbindingsprocedure voor één van de werknemers. De werkgever voegde bij zijn verzoekschrift aan de kantonrechter een arbeidsovereenkomst met concurrentiebeding. De betreffende werknemer had dit contract echter niet ondertekend. Hij had de arbeidsovereenkomst en het concurrentiebeding überhaupt nooit gezien. Tegelijk met de aanzegging van het ontslag stuurde de werkgever de werknemer ook een brief en facturen voor het gebruik van kantoorfaciliteiten door de werknemer, terwijl daar niets over was vastgelegd. De werknemer deed daarom ook aangifte van poging tot oplichting.

Een maand celstraf voor vervalsing arbeidsovereenkomst

Mede door getuigenissen van werknemers was er genoeg bewijs van het valselijk opmaken van de arbeidsovereenkomst, brief en facturen door de eigenaar. Maar doordat er informatie miste, werd de werkgever wel vrijgesproken van de aanklacht voor poging tot oplichting. De rechter beperkte de geëiste celstraf van zes maanden tot een maand. Voor de straf telde mee dat de eigenaar eerder was veroordeeld voor valsheid in geschrifte en dat hij de kantonrechter had geprobeerd te misleiden.
Rechtbank Gelderland, 11 september 2017, ECLI (verkort): 4702