Instemming werknemer vereist voor wijziging pensioen

De ondernemingsraad (OR) heeft instemmingsrecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van de pensioenregeling. Stemt de OR in, dan betekent dat niet dat de individuele werknemer daar ook automatisch aan gebonden is.

29 januari 2021 | Door redactie

Op basis van artikel 27, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de OR instemmingsrecht voor elk voorgenomen besluit van de bestuurder tot vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenregeling. Dit geldt niet als de pensioenregeling is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of als er sprake is van een verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds (artikel 27, lid 3 WOR). Instemming van de OR met een wijziging van arbeidsvoorwaarden (dat geldt dus ook voor het pensioen) vergroot weliswaar het draagvlak bij de achterban, maar het houdt niet automatisch in dat die wijziging de werknemers ook bindt. Alleen als dit als zodanig is vastgelegd in de individuele arbeidsovereenkomst of pensioenovereenkomst, is de instemming van de OR bindend voor de individuele werknemer. Anders heeft de bestuurder ook nog het akkoord van de individuele werknemers nodig.

Eenzijdig wijzigen van de pensioenregeling

De bestuurder kan een wijziging van de pensioenregeling onder voorwaarden ook eenzijdig doorvoeren. In dat geval is er geen individuele toestemming van de werknemers vereist. Dit mag alleen als de bestuurder daarvoor zeer goede redenen heeft. Een eenzijdige wijziging is volgens de wet in principe alleen mogelijk als het in redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de pensioenregeling blijft zoals zij is. Denk aan een dreigend faillissement als de regeling in stand blijft.
Er geldt ook een uitzondering als er sprake is van dwingende wetgeving en afwijken niet mogelijk is. In dat geval mag de bestuurder de pensioenregeling wel eenzijdig wijzigen. Het is ook mogelijk dat de bestuurder schriftelijk een eenzijdig wijzigingsbeding overeenkomt met de werknemer (artikel 7:613 Burgerlijk Wetboek). Hij kan de pensioenregeling dan eenzijdig wijzigen als er sprake is van een zwaarwichtig belang en als de wijziging redelijk is.