OR heeft beperkt instemmingsrecht bij pensioenuitvoering

De komende jaren gaat er veel wijzigen op het gebied van pensioen. De ondernemingsraad (OR) heeft instemmingsrecht bij het wijzigen van de pensioenregeling. Dit geldt zowel voor de inhoud als de uitvoering van de pensioenregeling. Het is belangrijk om dat onderscheid goed te maken.

8 januari 2021 | Door redactie

Op 16 december 2020 is het conceptwetsvoorstel Toekomst pensioen gepubliceerd en ter consultatie aangeboden. Dit wetsvoorstel is een uitwerking van het pensioenakkoord dat in 2019 is gesloten. Dit betekent dat de pensioenregelingen de komende jaren met veel wijzigingen te maken krijgen. De OR heeft instemmingsrecht met betrekking tot zowel de pensioenovereenkomst (inhoud) als de uitvoeringsovereenkomst (uitvoering). Voor wijzigingen van de pensioenuitvoering geldt echter wel een beperkt instemmingsrecht.

Regelingen op grond van een pensioenovereenkomst

In artikel 27, lid 1a van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat dat de OR instemmingsrecht heeft bij regelingen op grond van een pensioenovereenkomst. Een pensioenovereenkomst gaat over de inhoud en regelt onder andere het toegepaste pensioensysteem, de pensioenopbouw per jaar, de eigen bijdrage en het partnerpensioen. Het instemmingsrecht ziet op elk voorgenomen besluit van de bestuurder tot vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst. De instemming van de OR is dus ook vereist als het om kleine wijzigingen gaat. Op dit instemmingsrecht geldt een uitzondering als er sprake is van een verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds of als de pensioenregeling is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst (artikel 27, lid 3 WOR).

Regelingen in een uitvoeringsovereenkomst

In artikel 27, lid 7 WOR is opgenomen dat . het instemmingsrecht ook geldt voor regelingen in een uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst. De vraag is dan natuurlijk wat daaronder wordt verstaan. Volgens de wettekst betreft dat in ieder geval (maar niet uitsluitend) de:

  • manier waarop de premie wordt vastgesteld;
  • toeslagverlening (indexatie);
  • keuze voor een pensioenuitvoerder.

Deze regelingen zijn volgens de WOR sowieso van invloed op de pensioenovereenkomst. Maar die opsomming in de WOR is niet limitatief, er is dus een open einde. Het is aan de bestuurder en de OR om zelf vast te stellen welke andere regelingen in de uitvoeringsovereenkomst ook van invloed zijn op de pensioenovereenkomst en dus onder het instemmingsrecht vallen. De bewijslast ligt bij de OR. Om discussies te voorkomen kan de OR met  de bestuurder  een bovenwettelijk instemmingsrecht op de hele uitvoeringsovereenkomst afspreken (artikel 32, lid 2 WOR). De OR legt dan met de bestuurder  in een ondernemingsovereenkomst vast welke zaken onder het instemmingsrecht van de OR vallen.