Ontbindende voorwaarden in een leercontract

Als een werknemer met een leer-arbeidsovereenkomst met de opleiding stopt vanwege gezondheidsproblemen, is het de verantwoordelijkheid van de leerling om hierover contact op te nemen met het leerbedrijf en het opleidingsinstituut. Doet de leerling dit niet, dan mag de werkgever zich beroepen op ontbindende voorwaarden in de leer-arbeidsovereenkomst en studiekosten verrekenen.

6 oktober 2014 | Door redactie

Uit een recente rechtszaak blijkt dat een leerling zelf verantwoordelijk is voor het onderhouden van contact met het opleidingsinstituut en het leerbedrijf als er omstandigheden zijn waardoor de leerling de opleiding (tijdelijk) moet staken. Een ROC liet een leerling Verzorgende IG met een leer-arbeidsovereenkomst bij een zorginstelling op 15 oktober 2013 weten dat ze per 30 september 2013 was uitgeschreven voor de opleiding. De reden daarvoor was dat de vrouw maandenlang niet was komen opdagen en onbereikbaar was voor zowel het ROC als het leerbedrijf.

Beroep op ontbindende voorwaarde

Het leerbedrijf beriep zich vervolgens op een ontbindende voorwaarde in de leer-arbeidsovereenkomst. Deze hield in dat de leer-arbeidsovereenkomst zou eindigen als de opleiding zou worden gestaakt. Volgens de leerling was er geen sprake van staken, omdat niet zij maar het ROC had besloten tot uitschrijving. Volgens de vrouw kon haar ook niet worden verweten dat ze haar opleiding niet had voortgezet, omdat ze door haar zwangerschap bekkeninstabiliteit had opgelopen.

Leerling had geen bezwaar gemaakt tegen uitschrijving

In hoger beroep bepaalde de rechter dat het de verantwoordelijkheid van de leerling was om het opleidingsinstituut en het leerbedrijf te informeren over eventuele gezondheidsproblemen. De vrouw was echter maandenlang onbereikbaar geweest. Ze had ook geen bezwaar gemaakt tegen uitschrijving, waarmee vaststond dat de opleiding was gestaakt. De werkgever had dus het recht om de leer-arbeidsovereenkomst te beëindigen en de studiekosten te verrekenen.
Gerechtshof Amsterdam, 19 augustus 2014, JAR 2014/224