Geen ontslag na missen laatste kans door quarantaineplicht

Een slecht functionerende werknemer mocht niet ontslagen worden omdat hij door de quarantaineplicht na een vakantie zich niet tijdig kon melden bij zijn werkgever. Dat oordeelde Rechtbank Amsterdam in een zaak waarin de coronaregels een rol speelden.

7 juli 2021 | Door redactie

De werkgever was naar de kantonrechter gestapt om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van de werknemer. Voor de werknemer was door zijn disfunctioneren al een flink dossier opgebouwd en toen hij na zijn vakantie niet op tijd terug was voor zijn allerlaatste kans, was de maat voor de werkgever vol.

Gesprekken leidden niet tot verbetering

Al geruime tijd functioneerde de werknemer niet naar behoren, wat ook uit vastgelegde gesprekken bleek. Ook de relatie met zijn collega’s verliep moeizaam. Verschillende incidenten leidden tot een slechte werksfeer, waarvan zowel de werknemer als zijn collega’s melding maakten. Naar aanleiding van de incidenten vonden herhaaldelijk gesprekken plaats. Dat zorgde niet voor verbetering. Toen de werknemer ook nog ziek werd, hield hij zich niet aan de re-integratieverplichtingen.

Door quarantaineverplichting niet op tijd terug

Verschillende officiële waarschuwingen (tool) en laatste kansen volgden. Omdat deze geen effect sorteerden, stopte de werkgever de loondoorbetaling en schorste hij de werknemer. Hierop beloofde de werknemer beterschap en vroeg hij om een állerlaatste kans. In afwachting van uitsluitsel over de gevolgen van zijn gedrag bleef de werknemer geschorst tot aan zijn geplande drie weken vakantie in Italië. De overheid had Italië echter als bestemming code oranje gegeven; de werknemer moest na terugkomst tien dagen in quarantaine.
De werkgever stuurde tijdens de vakantie een brief naar het huisadres van de werknemer. Daarin bood de werkgever hem een allerlaatste kans. Ook werd hij uitgenodigd voor een gesprek. Een week later werd de werknemer per WhatsApp op de hoogte gesteld over het bestaan van de brief. Door de quarantaineverplichting was de werknemer niet op tijd terug voor het gesprek, waarop de werkgever per brief te kennen gaf dat de werknemer zijn allerlaatste kans had verspeeld.

Werkgever wist van vakantie

De rechter wees het verzoek tot ontbinding af. Hij vond het gezien de voorgeschiedenis begrijpelijk dat de werkgever eiste dat de werknemer in het kader van een allerlaatste kans zijn werkhouding ingrijpend verbeterde, maar niet dat hij de laatste kans niet meer kreeg vanwege de door de quarantaineverplichting gemiste afspraak. Bovendien was de werkgever in de gesprekken niet zo stellig over de allerlaatste kans en wist hij dat de werknemer in het buitenland zat en daarom zijn post niet zou lezen. De rechter veroordeelde de werkgever de werknemer weer te werk te stellen.
Rechtbank Amsterdam, 29 juni 2021, ECLI (verkort): 3278