VERDIEPINGSARTIKEL

Pas uw pensioenovereenkomsten aan

In het conceptvoorstel Wet toekomst pensioenen, dat het kabinet een tijdje geleden ter internetconsultatie heeft aangeboden, is onder andere opgenomen dat voor alle pensioendeelnemers de verschuldigde premie een gelijk percentage van het loon gaat bedragen.

Alle pensioenovereenkomsten moeten dan ook worden aangepast in de komende jaren. Voor deze transitie kan het zo zijn dat u als werkgever aan de bak moet want er moet een transitieplan komen.


15 januari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Op internetconsultatie.nl is het conceptwetsvoorstel Toekomst pensioenen gepubliceerd. Dit is ‘het sluitstuk van een jarenlang proces gericht op een herziening van het pensioenstelsel’.

De bedoeling is dat het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking treedt en daarna stapsgewijs een overstap wordt gemaakt naar een stelsel waarin alle pensioendeelnemers een premieovereenkomst hebben. Deze transitie naar het ‘nieuwe pensioencontract’ behoort op 1 januari 2026 afgerond te zijn.

Leeftijdsonafhankelijke premie

In het pensioenakkoord van juni vorig jaar was al opgenomen dat er een einde moest komen aan de doorsneesystematiek. In dit systeem bepalen de tijdsevenredige opbouw en leeftijdsonafhankelijkheid de hoogte van de premie. Door de afschaffing van deze systematiek gaat iedere pensioendeelnemer straks een gelijk percentage van zijn loon als premie afdragen.

In het conceptwetsvoorstel Wet toekomst pensioenen is daarvoor dan ook opgenomen dat (na de overgangsfase) deelnemers alleen pensioen kunnen opbouwen in een premieregeling met een leeftijdsonafhankelijke (vlakke) premie. Hierdoor moeten pensioenovereenkomsten persoonlijker en meer transparant worden. Ook sluiten ze dan beter aan bij de dynamische arbeidsmarkt en betaalt niemand meer een te hoge (jongeren) of te lage premie (ouderen).

Compensatie lagere pensioenopbouw

Deelnemers die door de aanpassingen te maken krijgen met een lagere pensioenopbouw komen in aanmerking voor compensatie. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Zo zullen door de overstap financiële resultaten eerder leiden tot een verhoging van de pensioenen of de voor het pensioen gereserveerde vermogens. De solidariteitsreserve is hier ook een voorbeeld van.

De hulp van pensioenadviseurs en pensioenuitvoerders is hard nodig

Overgangsrecht bestaande overeenkomstem

Voor pensioendeelnemers die al pensioen opbouwen in een premieovereenkomst met progressieve premie, komt overgangsrecht. Het wetsvoorstel gaat pas voor deze groep gelden als zij overstappen naar een andere werkgever. Dan gaat de leeftijdsonafhankelijke premie van toepassing voor hen zijn.

In het conceptwetsvoorstel staat dat u als werkgever uiterlijk op 1 januari 2024 de gewijzigde pensioenovereenkomst en het transitieplan aan de (beoogde) pensioenuitvoerder moet toezenden. In dit transitieplan legt u de wijziging van de pensioenregeling uit:

  • Welke keuzes heeft u gemaakt en waarom?
  • Welke berekeningen zijn hiervoor gemaakt?
  • Wat gaat er gebeuren met de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten?
  • Is compensatie nodig omdat werknemers erop achteruitgaan en hoe wordt dit gefinancierd?

Dit is een ingewikkelde klus, waarbij de hulp van pensioenadviseurs en pensioenuitvoerders hard nodig is.

Voor de wijziging van de pensioenregeling moet u de ondernemingsraad om instemming of de personeelsvertegenwoordiging of personeelsvergadering om advies vragen. Daarnaast is in principe de individuele instemming van werknemers nodig. Bent u aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds dan wordt het transitieplan voor u geregeld door de sociale partners die de pensioenregeling zijn overeengekomen.

Straks zijn er vier typen premieregelingen mogelijk

Op dit moment zijn er drie soorten pensioenovereenkomsten mogelijk, namelijk de uitkeringsovereenkomst, de kapitaalovereenkomst en de premieovereenkomst. Na de pensioentransitiefase blijft dus alleen de premieovereenkomst over. Daarbij zijn er wel verschillende vormen mogelijk.

Het gaat dan om de volgende vier typen premieregelingen:

  • Het nieuwe contract: dit is een nieuwe vorm van een premieovereenkomst, waarbij de pensioenopbouw in de vorm is van een persoonlijk voor de uitkering gereserveerd vermogen. Een belangrijk element van het nieuwe contract is de verplichte solidariteitsreserve (hieruit kunnen pensioenvermogens en -uitkeringen worden aangevuld en risico’s collectief worden gedeeld).
  • De verbeterde premieregeling: dit betreft de bestaande zuivere premieregeling. Kenmerkend daarbij is een gescheiden opbouw- en uitkeringsfase, waarbij op de pensioendatum een opgebouwd individueel pensioenkapitaal wordt omgezet in of gebruikt voor een levenslange pensioenuitkering.
  • De bestaande premie-kapitaalovereenkomst: dit is een premieregeling waarbij door de door u als werkgever ingelegde pensioenpremies – door een kapitaalverzekering – direct worden gebruikt voor de aankoop van een gegarandeerd kapitaal op pensioendatum. Het beschikbare kapitaal wordt op pensioendatum omgezet in een vaste of variabele pensioenuitkering, tegen de dan geldende tarieven.
  • De bestaande premie-uitkeringsovereenkomst: dit is een premieregeling waarbij de pensioenpremies die u als werkgever heeft ingelegd direct worden omgezet in een aanspraak op een vaste levenslange pensioenuitkering vanaf de pensioendatum. De premie wordt direct gebruikt om die aanspraak op een periodieke uitkering in te kopen.

Implementatieplan

De pensioenuitvoerder stelt een implementatieplan op, dat hij op uiterlijk 1 juli 2024 naar toezichthouder DNB moet sturen. In het implementatieplan beschrijft de pensioenuitvoerder de voorbereidingen voor en de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomst. Ook geeft de uitvoerder aan hoe wordt omgegaan met de bestaande pensioenaanspraken en -rechten.

Verder bevat het implementatieplan een communicatieplan, waarin is vastgelegd op welke wijze (gewezen) pensioendeelnemers en pensioengerechtigden geïnformeerd worden over de pensioenwijzigingen. De uitvoerder moet de implementatie op 1 januari 2026 hebben afgerond. Pensioenopbouw vindt dan alleen nog plaats in een premieregeling met een leeftijdsonafhankelijk premiepercentage.

Men mag een deel van zijn pensioen ineens opnemen op de pensioeningangsdatum

Verlofsparen

In september van vorig jaar diende minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid al het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen in bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel komt ook voort uit de afspraken in het pensioenakkoord.

In het wetsvoorstel wordt geregeld dat iemand een deel van zijn pensioen ineens mag opnemen op de pensioeningangsdatum. Dit moet mensen meer vrijheid geven bij het besteden van hun pensioen. Iemand mag maximaal 10% van de waarde van zijn ouderdomspensioen afkopen. Hij mag het bedrag naar eigen inzicht besteden, bijvoorbeeld aan het aflossen van een hypotheek of een reis. De opname van het ‘bedrag ineens’ moet vanaf 1 januari 2022 mogelijk zijn.

Momenteel kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd extra bovenwettelijk vakantieverlof en compensatieverlof opsparen. Het kabinet en de sociale partners hebben afgesproken om de fiscale grens te verhogen van 50 naar 100 weken. Zij kunnen het verlof bijvoorbeeld inzetten om een aantal jaar voor de pensioenleeftijd minder te gaan werken of een sabbatical te nemen. 

Het kabinet wil ook de RVU-heffing van 52% tijdelijk versoepelen door een vrijstelling van deze heffing tot een bepaald bedrag in te voeren. U kunt maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd aan uw werknemers een bedrag meegeven dat, na aftrek van de loonheffingen, gelijk is aan een netto AOW-uitkering.

U hoeft over dit bedrag geen RVU-heffing te betalen. De vrijstelling bedraagt bij de start van de regeling € 1.767 per maand of € 63.612 in drie jaar. De (gedeeltelijke) vrijstelling van de RVU-heffing is een overgangsmaatregel en loopt van 2021 tot en met 2025, met een uitloopperiode tot en met 2028.

De Eerste Kamer heeft inmiddels het voorstel voor de Wet pensioenbedrag ineens, RVU en verlofsparen aanvaard. Op het deel van het wetsvoorstel dat over het pensioenbedrag ineens gaat, is echter veel kritiek. De invoering van dit deel is daarom uitgesteld tot 2023.