Is werkgever verplicht transitievergoeding uit te betalen?

Veel werkgevers nemen een loopje met de wet. Dit concludeert vakbond CNV na een inventarisatie onder leden. Werknemers die dit jaar zijn ontslagen, krijgen niet altijd een transitievergoeding, terwijl ze hier wel recht op hebben.

16 oktober 2020 | Door redactie

De werkgever behoort vanuit het goed werkgeverschap uit eigen beweging de transitievergoeding te betalen, maar doet hij dat niet, dan kan de werknemer deze opeisen door binnen 3 maanden ná het beëindigen van de arbeidsovereenkomst een verzoekschrift in te dienen bij de kantonrechter. Na het verstrijken van deze termijn kan hij de vergoeding in principe niet meer claimen. Het CNV vraagt werknemers die geen transitievergoeding krijgen, zich te melden. Blijkt het om meerdere mensen uit dezelfde organisatie te gaan, dan start de vakbond een rechtszaak tegen de werkgever. Ook wil het CNV het kabinet vragen organisaties die geen ontslagvergoeding betalen, uit te sluiten van staatssteun via de NOW 3.0.

Ook transitievergoeding bij kortlopende contracten

Het is duidelijke taal van de vakbond, maar hoe zat het ook alweer met transitievergoedingen? Werknemers hebben sinds 1 januari 2020 bij ontslag recht op een transitievergoeding vanaf de eerste dag dat ze in dienst zijn. Dat geldt ook voor oproepkrachten en werknemers met een flexcontract. Voorwaarde is dat het initiatief van het ontslag bij de werkgever ligt, op een aantal uitzonderingen na. De werknemer heeft geen recht op een transitievergoeding als hij zelf zijn contract opzegt, maar bijvoorbeeld wel als de werkgever zijn tijdelijke contract niet verlengt. Ook bij ontslag na 2 jaar ziekte krijgt de werknemer een transitievergoeding. Hiervoor kan de werkgever compensatie aanvragen. Een dergelijke compensatieregeling komt er per 1 januari 2021 ook voor kleine werkgevers die hun bedrijf beëindigen vanwege pensionering, ziekte of overlijden.

Transitievergoeding grote kostenpost voor werkgever

Komt de werkgever niet in aanmerking voor compensatie, dan kan de transitievergoeding een behoorlijke financiële last betekenen voor de werkgever, zeker in de huidige tijden. De werkgever mag de transitievergoeding in termijnen betalen als het in één keer betalen van het bedrag tot onaanvaardbare gevolgen leidt voor de bedrijfsvoering. Daarbij mag hij de betaling spreiden over een periode van maximaal 6 maanden. De werkgever is wel vanaf een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst wettelijke rente verschuldigd over het deel van de transitievergoeding dat hij nog niet heeft betaald. Hierdoor wordt het uiteindelijke bedrag dus hoger.
Ook bij ontslag om bedrijfseconomische redenen is de transitievergoeding verplicht, tenzij er in de cao afwijkende afspraken zijn gemaakt over een andere voorziening, bijvoorbeeld scholing.

Bijlagen bij dit bericht