Adviesrecht OR: na het advies

Nadat de OR advies heeft uitgebracht, moet de bestuurder zijn definitieve besluit schriftelijk mededelen. Als hij het OR-advies (gedeeltelijk) niet opvolgt, moet hij beargumenteren waarom. In dat geval geldt er een opschortingstermijn van één maand.

4 juli 2017 | Door redactie

De opschortingstermijn geeft de OR de tijd om een procedure bij de Ondernemingskamer (tool) of de rechter te starten. De bestuurder mag het besluit in deze maand dan ook nog niet uitvoeren, tenzij de OR beslist om af te zien van de opschortingstermijn. Deze opschortingstermijn geldt alleen voor de ondernemingsraad en niet voor de personeelsvertegenwoordiging (PVT).

Bestuurder en OR overleggen opnieuw

Tot een procedure hoeft het niet te komen als de bestuurder na het ontvangen van het advies opnieuw overlegt met de ondernemingsraad. De bestuurder kan dan uitleggen waarom hij zijn besluit toch wil doorvoeren en proberen om draagvlak te creëren bij de OR. De ondernemingsraad kan de bestuurder wel vragen om te overwegen bepaalde wijzigingen door te voeren in het voorgenomen besluit. De OR kan ervoor kiezen om vast te houden aan de opschortingstermijn, in de hoop dat de bestuurder toch aanpassingen maakt in de oorspronkelijke plannen.