Meer of anders werken in tijden van arbeidsmarktkrapte?

Aan het begin van de coronacrisis werd gevreesd voor massale werkloosheid. Anderhalf jaar later blijkt er juist een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Werkgeversverenigingen en vakbonden zijn het niet eens over een eventuele oplossing.

22 oktober 2021 | Door redactie

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er in het tweede kwartaal van 2021 voor elke 100 werklozen 109 openstaande vacatures waren. Dat is in 50 jaar niet voorgekomen. Werkgeversvereniging AWVN vindt dat de oplossing voor deze arbeidsmarktkrapte ligt in het werken van meer uren, vakbond FNV meent dat werkgevers zelf de sleutel in handen hebben.

Meer werken loont momenteel niet genoeg

AWVN vindt dat Nederland als geheel meer uren moet gaan werken om de personeelstekorten tegen te gaan. Omdat veel Nederlanders in deeltijd werken, ziet AWVN vooral bij deze groep ruimte voor groei. Werkgevers kunnen werknemers echter niet zomaar meer laten werken. Wel zouden ze standaard een fulltimebaan moeten aanbieden en moeten zorgen voor een betere werk-privébalans. Ook moet er (meer) hulp komen voor werklozen bij de zoektocht naar een baan en zouden werkgevers moeten selecteren op vaardigheden en talenten in plaats van op cv’s.
Daarnaast vindt AWVN dat meer werken op dit moment financieel niet voldoende loont, door wegvallende toeslagen en hogere belastingen. De overheid kan dit verbeteren. Bovendien zou de overheid een vroeg pensioen minder aantrekkelijk moeten maken om mensen te stimuleren langer door te werken.

Idee om meer uren te werken achterhaald

Vakbond CNV noemt het idee om meer uren te werken achterhaald en wijst op de vergrijzing, vrouwen die meer uren werken dan ooit en het aantal burn-outs. FNV ziet de oplossing niet in méér werken, maar in anders werken, met een hogere kwaliteit van werk. Uit een rapport van de vakbond (pdf) blijkt dat Nederlanders steeds meer uren werken, ook in vergelijking met andere Europese landen. De krapte is volgens FNV juist ontstaan omdat de meest noodlijdende sectoren, zoals de horeca en detailhandel, niet aantrekkelijk zijn voor werknemers als gevolg van keuzes van werkgevers. Zo zijn de voor inflatie gecorrigeerde lonen in de horeca in de afgelopen tien jaar met 7% gedaald. Als werkgevers meer loon, zekerheid, zeggenschap en minder werkdruk bieden, wordt werken in sectoren met krapte weer aantrekkelijker.

Werknemers staan niet te springen

Werknemers zelf staan niet te springen om meer werkuren. Het CBS meldt dat van de negen miljoen werkende mensen in het tweede kwartaal van 2021, 7,6 miljoen hetzelfde aantal uren wil blijven werken. 682.000 mensen gaven aan minder uren te willen werken, ongeacht de gevolgen voor het inkomen en 759.000 – waarvan ruim de helft jongeren tot 35 jaar – zouden het liefst meer uren werken, los van hun beschikbaarheid. Deze groep werkte gemiddeld 21 uur per week en zou gemiddeld 12 uur per week extra willen werken.