OR heeft niet altijd instemmingsrecht bij pensioenregeling

De ondernemingsraad (OR) heeft instemmingsrecht voor elk voorgenomen besluit van de bestuurder tot vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenregeling. Er zijn echter ook situaties waarin de OR géén gebruik kan maken van dit instemmingsrecht.

13 januari 2021 | Door redactie

Het instemmingsrecht van de OR bij regelingen op grond van een pensioenovereenkomst is geregeld in artikel 27, lid 1a van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De komende jaren gaat er door het pensioenakkoord het nodige veranderen. Daarbij is er een belangrijke rol weggelegd voor de OR. Toch heeft de OR niet altijd instemmingsrecht bij vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenregeling. In de WOR zijn uitzonderingen op deze regel opgenomen.

Vakbonden zijn gesprekspartner ondernemer

Instemming van de OR is volgens artikel 27, lid 3 WOR niet vereist als de pensioenregeling inhoudelijk geregeld is in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De daarbij betrokken vakbonden zijn dan de gesprekspartner voor de ondernemer. Het komt wel geregeld voor dat de pensioenregeling in de cao niet volledig is vastgelegd. De OR heeft dan alsnog instemmingsrecht op de pensioenregeling voor zover die niet in de cao is geregeld.

Verplichte deelname bedrijfstakpensioenfonds

Daarnaast heeft de OR geen instemmingsrecht als er sprake is van een verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds (artikel 27, lid 3 WOR). De inhoud van die verplichte regeling wordt immers op landelijk niveau door de sociale partners bepaald. Het komt voor dat een bedrijfstakpensioenfondsregeling de keuze biedt om de pensioenregeling vrijwillig uit te breiden met extra pensioenvormen. Als voor die keuze een besluit van de ondernemer nodig is, heeft de OR daarop instemmingsrecht.

Zonder besluit ondernemer geen instemmingsrecht

De essentie van het instemmingsrecht is dat er sprake moet zijn van een voorgenomen besluit van de ondernemer (artikel 27, lid 1 WOR). Er kan echter ook sprake zijn van een wijziging zonder een besluit van de ondernemer, bijvoorbeeld omdat in de uitvoeringsovereenkomst bevoegdheden tot wijziging aan de uitvoerder zijn toegekend. In dat geval heeft de OR geen instemmingsrecht. Dit kan onder andere voorkomen bij ondernemingspensioenfondsen (pensioenfonds voert pensioenregeling uit voor één organisatie) en algemeen pensioenfondsen (pensioenfonds voert de pensioenregelingen uit voor meerdere werkgevers).