Ontslag na bestempelen van coronavaccinatie als genocide

Als een werknemer controversiële berichten plaatst op LinkedIn, kan een werkgever zich afvragen of hij hiertegen mag optreden. In een recente zaak werd een werkneemster ontslagen nadat zij het vaccineren tegen het coronavirus als genocide had bestempeld.

7 september 2021 | Door redactie

De werkneemster werkte als stafmedewerker kennismanagement voor een zorginstelling. Corona had veel invloed op de organisatie. Verpleegkundigen van de organisatie vaccineerden zelf, wat leidde tot een geschatte vaccinatiegraad van 98% van de cliënten en 80% van het personeel. Eind 2020 vernam de werkgever dat de stafmedewerker diverse berichten op LinkedIn deelde over het coronavirus. Hierin waarschuwde zij onder meer voor de onbekende risico’s van het coronavaccin. Op haar LinkedIn-profiel was zichtbaar voor welke organisatie ze werkte en ze was gelinkt met collega’s. Ze verspreide daarna ook intern informatie over coronavaccins en PCR-testen.

Link tussen organisatie en uitlatingen op LinkedIn

Haar leidinggevende gaf aan dat de uitingen op LinkedIn tot schade voor de organisatie konden leiden. Volgens hem opereerde de stafmedewerker op zakelijk netwerk LinkedIn, in tegenstelling tot andere social media, als werkneemster van de zorginstelling. De leidinggevende verzocht haar te stoppen met de uitlatingen op LinkedIn. De werkgever vond de uitingen niet in het belang van bewoners en collega’s, het imago van de organisatie en de geloofwaardigheid van het beleid.

Berichten op LinkedIn expliciet op persoonlijke titel

De werkneemster weigerde te stoppen, ook na herhaaldelijke verzoeken van de werkgever; ze vond haar berichten persoonlijk. Wel besloot de werkneemster op haar LinkedIn-profiel expliciet te vermelden dat ze het plaatsen en delen op persoonlijke titel deed. De discussie duurde voort. Omdat vervolgens mediation niet succesvol was, diende de werkgever bij de kantonrechter het verzoek in om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, in de eerste plaats wegens verwijtbaar handelen.

Deel van uitingen niet informatief, maar beledigend

De rechter stelde dat een werknemer het recht heeft op vrije meningsuiting. Evenwel is dit recht begrensd. Er was een onderscheid te maken tussen de uitingen van de werkneemster. Bij een deel van de berichten waarschuwde ze voor de gevaren van vaccineren tegen COVID-19, met als doel een discussie te voeren. Dit had geen verkeerd doel en viel onder de vrijheid van meningsuiting. Andere berichten waren extremer. Hierin stond dat mensen die meewerken aan het vaccinatiebeleid – dus ook haar collega’s – (oorlogs)misdadigers zijn, dat vaccineren genocide is en dat er vergelijkingen zijn te maken met de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Deze uitingen waren niet opiniërend of informatief, maar emotioneel, veroordelend en beledigend. Hiermee had de werkneemster publiekelijk een grens overschreden tegenover collega’s. Ze deed echter geen poging om deze schade te herstellen. De rechter oordeelde dat ze dit moest bekopen met ontslag.
Rechtbank Gelderland, 24 augustus 2021, ECLI (verkort): 4701