Werknemers hebben jaarlijks recht op vakantiedagen om te herstellen van de gedane arbeid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. De wettelijke vakantiedagen – vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week – zijn de dagen die in de wet zijn vastgesteld. Daarnaast kunnen in de cao of arbeidsovereenkomst bovenwettelijke vakantiedagen zijn afgesproken.
Wettelijke vakantiedagen vervallen een half jaar na het jaar van opbouw, zodat werknemers worden gestimuleerd om regelmatig vakantie op te nemen. Bovenwettelijke vakantiedagen zijn volgens de wet vijf jaar geldig. Iedere werknemer, ongeacht of hij wel of niet geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, bouwt vakantierechten op.
Het begin van het nieuwe jaar is een goed moment voor werkgevers om werknemers te wijzen op de vervaltermijn van hun wettelijke vakantiedage...
De nieuwe cao van pensioenuitvoerder PGGM regelt dat werknemers vakantie-uren kunnen doneren aan mantelzorgverlenende collega’s. PGGM verdub...
Onlangs oordeelde Rechtbank Noord-Nederland dat een werknemer met een slapend dienstverband géén vakantiedagen opbouwt. De rechterlijke mach...
Er zijn strenge regels gebonden aan het weigeren van een vakantie- of verlofverzoek van een werknemer. In de praktijk houden werkgevers zich...