Straks ook no-riskpolis voor chronisch zieke?

De no-riskpolis wordt mogelijk uitgebreid. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat onderzoeken of het zinvol is om dit vangnet uit te breiden. Ook werknemers met een chronische ziekte zouden er dan onder kunnen gaan vallen.

11 november 2019 | Door redactie

Minister Koolmees wil uitzoeken of mensen met een chronische ziekte straks ook onder de no-riskpolis kunnen vallen. Dat zou betekenen dat hun werkgever niet opdraait voor de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte en dat de werknemers bovendien niet meetellen voor de gedifferentieerde premie voor de Werkhervattingskas (Whk). Op dit moment vallen alleen werknemers onder de no-riskpolis die een WIA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering krijgen of een verklaring hebben van de gemeente of UWV dat zij een arbeidsbeperking hebben en daardoor niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Chronisch zieken vallen vaak niet in deze categorieën.

Medio 2020 meer nieuws

Op basis van een analyse gaat minister Koolmees afwegen of uitbreiding van de no-riskpolis wenselijk is. Dat zegt hij in een brief aan de Tweede Kamer (pdf). In de zomer van 2020 zal hij de Tweede Kamer hierover informeren. Komt het inderdaad tot een uitbreiding, dan begint die met een pilot, waarmee getest kan worden of chronisch zieken inderdaad sneller aan het werk komen én langer aan het werk blijven als zij onder de no-riskpolis komen te vallen.

Geen vervroegde toekenning no-riskpolis

Hoewel de doelgroep van de no-riskpolis misschien wordt uitgebreid, wordt de polis niet vervroegd toegekend. Dat is de conclusie van de minister na een experiment waarbij zieken niet pas na de aanvraag van hun WIA-uitkering – na twee jaar – onder de no-riskpolis vielen, maar al na één jaar. De werkzoekenden uit dit experiment die al na een jaar onder de no-riskpolis vielen, waren na hun eerste ziektejaar niet vaker aan het werk dan degenen die pas na twee jaar onder de polis vielen. Ook bleven zij niet langer aan het werk. Daarom wordt deze vervroegde toekenning niet definitief ingevoerd.

Bijlagen bij dit bericht