Uitstel van betaling is optie voor transitievergoeding

Komt een werkgever in de financiële problemen doordat hij een transitievergoeding moet betalen na het verplicht beëindigen van een slapend dienstverband, dan kan de rechter uitstel van betaling verlenen. Dat gebeurde ook in een rechtszaak waarin het dienstverband van een zieke werknemer na een dienstverband van 50 jaar slapend in stand gehouden werd.

18 december 2019 | Door redactie

In principe moet een werkgever de transitievergoeding direct betalen als de arbeidsovereenkomst van een werknemer eindigt, óók als die beëindiging door de rechter opgelegd wordt. Als de organisatie daardoor echter in grote financiële problemen komt, kan de rechter de werknemer langer op zijn vergoeding laten wachten. Dat bleek ook in een recente rechtszaak waarin een werknemer na een dienstverband van 50 jaar kanker kreeg en zich ziek meldde.

Einde van loondoorbetaling

De werknemer had na twee jaar ziekte geen recht meer op loondoorbetaling en wilde dat zijn werkgever zijn dienstverband zou beëindigen. Dan zou hij recht hebben op een transitievergoeding van € 81.000. De werkgever vond het echter onredelijk om 9 maanden voor de pensioendatum zo’n hoge transitievergoeding te moeten betalen. Bovendien zou het moeten betalen van de transitievergoeding tot financiële problemen voor de werkgever kunnen leiden. De organisatie zou de transitievergoeding moeten voorschieten – pas op 1 april 2020 kan de compensatie daarvoor bij UWV aangevraagd worden – en daarnaast waren er in dezelfde organisatie nog 5 werknemers met een slapend dienstverband die op basis van het gelijkheidsbeginsel nu ook beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen vorderen. Dat zou wel eens het faillissement van de werkgever kunnen betekenen.

Drie maanden na 1 april

De rechter oordeelde in eerste instantie in het voordeel van de werknemer: de werkgever moest zijn dienstverband wegens langdurige ziekte beëindigen. Daarbij telt het recente oordeel van de Hoge Raad mee. Die stelde onlangs dat werkgevers verplicht zijn om slapende dienstverbanden te beëindigen, tenzij zij een gerechtvaardigd belang hebben bij het in stand houden van de dienstbetrekking. De mogelijke financiële problemen van de werkgever in deze zaak, zijn volgens de rechter geen gerechtvaardigd belang.
Toch kreeg de werkgever nog wel wat ademruimte: de rechter gaf hem namelijk wel een uitstel van betaling tot drie maanden na de inwerkingtreding van de Wet compensatie transitievergoeding (WCT): op 1 juli 2020 moet hij dus uiterlijk de transitievergoeding aan de werknemer betalen.
Rechtbank Rotterdam, 25 november 2019, ECLI (verkort): 9396