Een gezonde lunch is geen vrijgestelde arbovoorziening

Een gezonde lunch valt niet onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen. Dit oordeelde Rechtbank Den Haag onlangs.

12 juli 2021 | Door redactie

Een werkgever vond dat de gezonde lunchmaaltijden die hij aan zijn werknemers verstrekte gericht vrijgesteld waren. Maar de rechter oordeelde dat de lunches niet kwalificeerden als een voorziening die rechtstreeks voortvloeide uit het arbobeleid dat de werkgever voerde op grond van de Arbowet. Er was daarom geen gerichte vrijstelling van toepassing en de eindheffing die de werkgever moest betalen vanwege overschrijding van de vrije ruimte bleef in stand. 

Zonder zout, suiker en E-nummers

Wat was er aan de hand? Een werkgever gaf zijn werknemers dagelijks gratis een lunch in het bedrijfsrestaurant. De lunchmaaltijden hadden een vastgestelde minimumhoeveelheid groenten, waren afgestemd met een diëtiste en bevatten geen toevoegingen zoals zout, suiker en E-nummers. Werknemers betaalden hiervoor geen eigen bijdrage. De werkgever wees de verstrekking van de lunchmaaltijden aan als eindheffing en bracht deze ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Hierdoor overschreed hij zijn vrije ruimte en betaalde over het meerdere 80% eindheffing: zo’n € 60.000 in totaal over twee jaar. 

Lunch was onderdeel van het arbo- en preventiebeleid

In bezwaar en beroep tegen de eindheffing pleitte de werkgever dat de lunchmaaltijden onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen (infographic) zouden moeten vallen en daardoor onbelast zouden blijven. Zoals volgde uit zijn risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het Plan van Aanpak (tool) vormde de lunchmaaltijden een relevant, wezenlijk en integraal onderdeel van het arbo- en preventiebeleid dat hij voerde. Maar de Belastingdienst en de rechter waren het hier niet mee eens. Een lunchmaaltijd is geen verstrekking vanwege bijzondere risico’s die samenhangen met de aard van het werk, maar voor het verbeteren van de gezondheid van de werknemer in het algemeen. Bovendien vond de rechter het ook van belang dat de loonbelasting een regeling kent voor waardering van maaltijden op de werkplek (op grond van een normbedrag). De betaalde eindheffing bleef dus in stand. 

Rechtbank Den Haag, 23 juni 2021, ECLI (verkort): 6986